functionaliteit is ideaal voor woonomgevingen waar geluidsoverlast 's nachts tot een minimum beperkt moet
worden.
Met de introductie van de nieuwe geluidsmodi maken wij een breder spectrum aan regelingen beschikbaar.
Dit betekent ook een daarmee corresponderende mogelijke verruiming in de geluidsniveaus die de
warmtepomp kan produceren. Van geval tot geval is het belangrijk dat je als gebruiker steeds zelf bepaalt
welk geluidsniveau voor jou situatie het beste past. Dit geluidsniveau kan hiernaast ook nog aangepast
worden in de nacht.
Het merkbare geluid van een warmtepomp is sterk afhankelijk van de specifieke plaatsing van de
warmtepomp (naast het huis, op een dak) en hoe deze is geïnstalleerd. Daarnaast is het belangrijk om de
afstand tot de erfgrens in acht te nemen bij het instellen en aanpassen van de verschillende beschikbare
geluidsmodi. Door de geavanceerde geluidsinstellingen te gebruiken ga je akkoord en stem je er mee in dat
je de nieuwe geluidsmodi correct gebruikt en ben je er zelf verantwoordelijk voor de warmtepomp in te
stellen op een niveau dat past bij jouw specifieke situatie.
8.3.2 Gebruik van de geluidsmodus
Wij raden aan om te beginnen met geluidsmodus 5. In deze modus kan de warmtepomp zijn maximale
vermogen leveren om je huis goed op temperatuur te houden.
Als het geluidsniveau in modus 5 niet naar wens is, kun je de warmtepomp stapsgewijs terugzetten naar
een lagere modus. Laat de warmtepomp in elke gekozen modus minimaal 24 uur draaien om te controleren
of deze nog voldoende vermogen levert om je huis warm te houden. Het is aan te raden dit te testen bij
lagere buitentemperaturen, zodat je een goed beeld krijgt van de prestaties.
Komt je huis na 24 uur niet meer goed op temperatuur? Kies dan een hogere geluidsmodus. Houd er
rekening mee dat een lagere geluidsmodus bij koud weer kan zorgen voor onvoldoende verwarming.