Afstandsbediening:
De afstandsbediening kan met de knop aan de zijkant worden in- en uitgeschakeld. De
afstandsbediening heeft een 6-tal bedieningsknoppen. Met de 4 pijlknoppen kunt u de trolley voor-
/achteruit en naar links/rechts laten rijden. Te midden daarvan zit een stopknop en met de laatste
knop kunt u de doorrol functie te activeren (functionaliteit als de T-knop van de handbediening).
Let op! Bedien de trolley met rustige ‘clicks’ en ervaar hoe de trolley reageert. Drukt u de knoppen
langere tijd in dan maakt de trolley grote bewegingen en wordt lastiger te beheersen.
Tip 8 Met de aan/uit schakelijk in de voorste stand is de afstandsbediening ingeschakeld. Test of de
afstandsbediening aan staat door op de stopknop te drukken. Het rode lampje op de
afstandsbediening licht dan op.
Tip 9: Wanneer u de afstandsbediening in uw zak doet, (bijvoorbeeld om te gaan putten) schakel
deze dan uit met de schakelaar aan de zijkant! In uw zak kunt u onbedoeld knoppen indrukken
waardoor de trolley kan gaan rijden.
Stellen van het neuswiel
Wanneer u een keer met uw trolley door een oneffenheid rijdt, of bijv een opstaande rand, boom of
hek raakt kan het gebeuren dat het neuswiel een beetje scheef komt te staan waardoor de trolley
naar links of rechts trekt. U kunt dit eenvoudig verhelpen door het neuswiel te stellen. Met het
bijgeleverde steeksleuteltje kunt u de dopmoer van het neuswiel ietsje los draaien en met het
eveneens bijgeleverde imbus-sleuteltje kunt u door het stelboutje van het neuswiel naar links of
rechts draaien al naar gelang de afwijking.
Tip 10: Zoek altijd een zo vlak mogelijk ondergrond om uit te proberen of het neuswiel juist is
afgesteld.