5 Selecteer de printer in de lijst en klik op Doorgaan.
Opmerking: Als de geconfigureerde printer niet wordt weergegeven in de lijst, klikt u op Zoekopdracht wijzigen.
6 Volg de aanwijzingen op het scherm.
Voor Macintosh-gebruikers
1 Stel in dat de DHCP-server van het netwerk een IP-adres toewijst aan de printer.
2 Zoek het IP-adres van printer op. Handelingen:
a de informatie in het startscherm op het bedieningspaneel van de printer vinden of in het TCP/IP-gedeelte in
het menu Netwerken/Poorten.
b een pagina met netwerkinstellingen of menu-instellingen afdrukken en de informatie in het TCP/IP-gedeelte
zoeken.
Opmerking: u hebt dit IP-adres nodig bij de toegangsconfiguratie voor computers op een ander subnet dan de
printer.
3 Installeer de printerstuurprogramma's en voeg de printer toe.
a Installeer een printerstuurprogramma op de computer:
1 Plaats de cd Software en documentatie en dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
2 Volg de aanwijzingen op het scherm.
3 Kies een bestemming en klik op Doorgaan.
4 Klik in het scherm Eenvoudige installatie Installeer.
5 Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK.
Alle benodigde toepassingen worden op de computer geïnstalleerd.
6 Klik op Sluiten wanneer de installatie is voltooid.
b Voeg de printer toe:
• Voor afdrukken via IP:
Mac OS X 10.5 of hoger
1 Ga in het Apple-menu naar:
Systeemvoorkeuren > Afdrukken en faxen
2 Klik op + en klik op de knop IP .
3 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en klik op Voeg toe.
Mac OS X 10.4 en eerder
1 Blader in de Finder naar:
Toepassingen > Hulpprogramma's
2 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer.
3 Klik in de printerlijst op Voeg toe en klik op IP-printer.
4 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld en klik op Voeg toe.
• Voor afdrukken via AppleTalk:
Opmerking: controleer of AppleTalk is ingeschakeld op de printer.
Extra printer instellen
69