104
VERKORTE HANDLEIDING
Houd de volgende onderdelen gereed:
– Camera
– Batterij (A)
– Geheugenkaart (niet meegeleverd)
– Oplaadapparaat (B)
VOORINSTELLINGEN
1. Plaats de batterij (A) in het oplaadapparaat
(zie pag. 106)
2. Sluit het oplaadapparaat (B) op het net aan om
de batterij op te laden (zie pag. 106)
3. Zet de hoofdschakelaar (1.17) op
OFF
.
4. Plaats de opgeladen batterij in de camera
(zie pag. 108).
5. Plaats een geheugenkaart (zie pag. 109).
6.
Schakel de hoofdschakelaar (1.17) op S
(zie pag. 112).
7. Stel de gewenste menutaal in (zie pag. 122).
8. Formatteer de geheugenkaart (zie pag. 157)
Opmerkingen:
• Dit is meestal alleen nodig bij geheugenkaarten die
niet in de fabriek zijn geformatteerd.
• Bij gewoon formatteren gaan de gegevens op de
kaart niet onherroepelijk verloren. Alleen de direc-
tory wordt gewist zodat de aanwezige bestanden
niet meer direct toegankelijk zijn. Met de goede
software kunnen de gegevens weer toegankelijk
worden gemaakt. Alleen de gegevens die daarna
door het opslaan van nieuwe gegevens worden
overschreven, zijn echt definitief gewist.
Maak er daarom een gewoonte van al uw opnames
altijd zo snel mogelijk op een veilig geheugenmedi-
um op te slaan, bijv. de harde schijf van uw compu-
ter (zie dazu pag. 158).
9. Stel datum en tijd in (zie pag. 122).
FOTOGRAFEREN
10. Plaats het gewenste objectief op de camera (zie
pag. 111).
11. Zet de tijd-instelknop (1.16) op
A
voor de automa-
tische regeling van de sluitertijd (zie pag. 116).
12. Stel, met uw oog tegen de zoeker, de scherpte in
met de afstandsinstelring van het objectief (zie
pag. 134).
13. Activeer de belichtingsmeting van de camera door
indrukken van de ontspanner (1.18) tot het eerste
drukpunt.
14. Corrigeer evt. de belichting met de diafragma-
instelring van het objectief (1.13) (zie pag. 136)
15. Druk de ontspanner voor de opname helemaal in.