Het toestel beheren 299
3. Kies het keuzevak Pincode vereist als telefoon wordt gebruikt.
4. Voer de PIN-code in en tik vervolgens op OK. Om de PIN te wijzigen, tik u op
Pincode wijzigen.
Tip Alarmnummers kunnen altijd worden gebeld, ook zonder pincode.
Het toestel beveiligen met een wachtwoord
U kunt uw gegevens veiliger bewaren door een wachtwoord te vragen wanneer het
apparaat wordt ingeschakeld.
Een toestelwachtwoord instellen
1. Op het Beginscherm gaat u naar Instellingen en tikt u vervolgens op Alle
instellingen.
2. Op het tabblad Persoonlijk tikt u op Vergrendelen.
3. Selecteer het keuzevak Bericht indien apparaat niet gebruikt gedurende,
en voer de tijd van inactiviteit waarna het toestel om een wachtwoord vraagt.
4. Selecteer in het vak Type wachtwoord het type wachtwoord dat u wilt
gebruiken.
Tip Als uw toestel geconfigureerd is om verbinding te maken met een netwerk,
gebruik dan een alfanumeriek wachtwoord voor betere beveiliging.
5. Voer het wachtwoord in bij zowel Wachtwoord en Bevestigen.
6. Tik op OK. De volgende keer dat het toestel wordt ingeschakeld, wordt u
gevraagd het wachtwoord in te voeren.
Opmerkingen • Om er zeker van te zijn dat u altijd alarmnummers kunt bellen, begin uw
wachtwoord nooit met cijfers van het plaatselijke alarmnummer.
• Als u een hint heeft ingevoerd, wordt deze weergegeven als vijfmaal het
verkeerde wachtwoord is ingevoerd.
• Telkens wanneer er een verkeerd wachtwoord wordt ingevoerd, wordt
de responstijd van toestel langer zodat het toestel uiteindelijk niet lijkt te
reageren.