RADIOZENDAPPARATUUR
EN MOBIELE TELEFOONS
Radiozendapparatuur (autotelefoons,
CB-zenders, radioamateurs e.d.) mag
alleen in het voertuig worden
gebruikt met een aparte antenne die
aan de buitenkant is gemonteerd.
BELANGRIJK Het gebruik van deze
apparaten in het voertuig (zonder
buitenantenne) kan, behalve
potentieel gevaar voor de
gezondheid van de passagiers,
storingen in de elektrische systemen
van het voertuig veroorzaken, wat
de veiligheid van het voertuig in
gevaar brengt.
Tevens kan de zend- en
ontvangstkwaliteit beperkt worden
door het afschermingseffect van de
carrosserie.
Voor wat betreft het gebruik van
mobiele telefoons (GSM, GPRS,
UMTS) met het officiële EU-
keurmerk, wordt verwezen naar de
gebruiksaanwijzingen van de
fabrikant van de mobiele telefoon.
TANKEN
Tank met de auto nooit
benzine: niet in
noodgevallen en ook
niet een klein beetje. De
katalysator kan hierdoor
onherstelbaar beschadigd raken.
Een beschadigde
katalysator veroorzaakt
schadelijke
uitlaatgassen, met
milieuvervuiling tot gevolg.
Tank uitsluitend
dieselbrandstof voor
motorvoertuigen die
voldoet aan de Europese
specificatie EN590. Het gebruik
van andere producten of
mengsels kan de motor
onherstelbaar beschadigen en
derhalve de garantie voor de
veroorzaakte schade ongeldig
maken. Als per ongeluk andere
brandstofsoorten worden
getankt, mag de motor niet
gestart worden en moet de
brandstoftank afgetapt worden.
Als de motor ook maar zeer
kortstondig heeft gewerkt, moet
behalve de tank het complete
brandstofcircuit geledigd
worden.
102