10
Plaats het apparaat op een stevige, vlakke,
droge en horizontale ondergrond in de
buurt van een stopcontact en
afvoermogelijkheid voor de warme lucht,
bijv. een venster dat een stukje kan worden
geopend. Zorg ervoor dat het apparaat aan
de voor en zijkanten minstens 50 cm vrije
ruimte heeft en houd rekening met alle
aanwijzingen uit de veiligheidsinstructies.
Ontvochtigen
Om te ontvochtigen sluit u nu een
waterafvoerslang aan op het
waterafvoerpunt (hoog) (zie
afbeelding). Deze slang leidt u in
een emmer of putje. De slang mag
niet omhoog lopen! Verwijder de
afdichtingsdop voordat u de slang
aansluit. Bewaar de afdichtingsdop
goed, deze bent u nodig bij de
koelfunctie.
Koelen
Om te koelen hoeft u geen waterafvoerslang aan te sluiten.
Controleer of beide afdichtingsdoppen van de waterafvoeraansluitingen geplaatst
zijn.
Bevestig de luchtafvoerslang voordat u het apparaat in gebruik neemt
Draai de luchtafvoerslang in de richting van pijl 1 u bevestigt hem op het
apparaat. Door in de richting van pijl 2 te draaien verwijdert u de
luchtafvoerslang weer.